Weiland

Terwijl ik langs een weiland gehuld in mist fiets, komt het idee tot me. Een nieuw hoofdstuk om mezelf in onder te dompelen. Als een droog stukje cake in een chocoladefontein ben ik plotseling weer als nieuw en smaakvol. Het is de dualiteit van veel gevoelens ervaren die soms tot frustratie leidt. Eindeloze inspiratie, maar ook eindeloos mijmeren, overpeinzen en uitpluizen. De pijn is scherp, maar mijn huid geeft er zo makkelijk aan toe. Het is als pootjebaden in een poel van lava. Ik heb er technieken voor ontwikkeld om mezelf er niet in te laten verdrinken of verbranden. Al is er bij vallen in lava volgens mij weinig sprake van verdrinken. Maar wat weet ik dan ook precies van lava?

De frustratie ligt ‘m soms meer in de mogelijkheden en daarin mijn eigen beperkingen. Of beter gezegd, de manier waarop ik mezelf laat beperken. Eindeloos willen schrijven, maar de angst hebben dat mijn spelling en grammatica incorrect zijn. Muziek maken, maar te kritisch zijn over wat nou precies goed genoeg is om naar buiten te brengen. We zijn onze eigen ergste vijand wat kritisch over je eigen werk zijn betreft. We limiteren alleen onszelf met een lading excuusjes om het niet te doen. Uiteindelijk is er dan altijd dat vervelende stemmetje in mijn hoofd dat altijd dezelfde zin herhaalt. Tijd wacht op niemand. Uiteindelijk knal ik het er toch uit. Ongeacht of iemand het überhaupt leest of beluistert. Dat doet er niet toe, want uiteindelijk doe ik het toch voor mezelf?

De grotere projecten doen er wel toe. Projecten waar ik succes mee heb gehad, maar ook wel eens de plank compleet mee heb misgeslagen. Zoals mijn eerste solo-expositie, waar ik supertrots op was, maar was het succesvol? Mijn korte film, wat een complete flop was. Groeien is ook durven toegeven wat er niet is gelukt. Een film zo cryptisch maken dat niemand er iets van begrijpt, werkt alleen binnen bepaalde kringen. En dat zijn niet mijn kringen meer. Mijn hoop ligt nu bij het korte verhaal dat ik heb geschreven. Iets nieuws en intens persoonlijk. Ik ben benieuwd wat mensen ervan zullen vinden. Maar met onderwerpen zoals drugsgebruik, seks en obsessie lijkt het me niet helemaal het juiste verhaal voor mijn ouders.

Het verhaal is af, dus mijn brein dwaalt alweer naar het volgende ding om mijn tanden in te zetten. Over de nacht, moeheid en het mysterie in het donker. De titel ‘nachtelijke verhalen’ vormt zich in mijn bovenkamer. Ik stop met fietsen en schrijf het in mijn notities, die uitpuilen van de verhalen en dingen die ik moet onthouden. Van meningen over boeken tot verdwaalde boodschappenlijstjes. In de dagen die hierop volgen, vormen zich beeld en geluid. Nieuwe experimenten om te delen. En voor ik het weet is het eerste bootje klaar in de haven om te vertrekken. Tijd om te gaan varen op het internet, met alle gevolgen van dien.

Als ik het zou willen, zou ik hier veel meer mee kunnen doen. Maar blootstelling komt met kritiek, en dat is spannend. Maar zonder kritiek kan ik ook niet groeien. En titels moet je verdienen. Vind ik mezelf al een schrijver? Schrijver genoeg om te mogen zeggen dat ik schrijf? ‘Je schrijft, dus je bent een schrijver’, zou jij zeggen. Wat een heerlijke simpelheid. Er zijn nog zoveel verhalen die ik niet op papier heb gezet. Of in mijn telefoonnotities. Dus ik blijf schrijven en maken.

Als ik dit niet doe, uiten mijn emoties zich op een andere manier. En op deze manier lijken ze toch allemaal net even iets mooier. Ik moet dingen maken en vertellen, want anders ben ik niet gelukkig.