Er zijn een hoop dingen die me fascineren in het leven. Langzaam voor iemand vallen in slow motion en er absoluut niks aan kunnen doen, hoe erg je het ook probeert te stoppen, is er één van. Alsof je jezelf ziet verongelukken door de lens van een camera. Een treinongeluk waar je in honderd losse flodders explodeert.
Door de jaren verandert het en blijft het toch hetzelfde. Hoe klein je wereld opeens lijkt te voelen. Hoe dagelijkse dingen niet meer zo belangrijk lijken, omdat hij een raam heeft geopend en vraagt of je naar buiten komt. En hoe je alles dan opzij schuift om even in zijn aanwezigheid te zijn. Die aanwezigheid waar je zo naar snakt als frisse lucht. Een intense verslaving.
De momentopname waar mijn eigenwaarde wordt opgemeten in het tempo waarop iemand terug appt. En het daarna van je afschudden, omdat je geen 18 meer bent en dit complete onzin is. Een halve dag kunnen wachten en dan toch nog stom kunnen lachen naar een schermpje, omdat hij iets heeft teruggestuurd. Mensen om je heen zien het aan je en vragen: ‘Ben je verliefd?’.
Je wist dat je hier weer zou eindigen en toch heb je het weer laten gebeuren. Als een junkie kruip je steeds weer terug naar wat je zo erg nodig hebt. Maar hij heeft je nooit iets beloofd en je weet dat er anderen zijn. Een half leven en hij is je spelverdeler. Je probeert hem een plekje te geven en afstand te creëren, maar hij staat al in het middelpunt. Als een baken van misselijkmakende hoop. Een ‘wat als’. Een ‘maar misschien’. Blijf maar dromen.
Je weet dat het geen kant op kan gaan en toch blijf je erin zitten. Op een dag verdwijnt hij weer uit je leven, alsof hij naast je zat in de trein. Dit is zijn station en jij bent er nog lang niet. En dan knik je lief naar elkaar tijdens het afscheid, omdat je weet dat het goed zo is. Je houdt je sterk, omdat dit meer pijn doet dan je wilt toegeven. Een andere dag misschien? Een ander moment, een ander leven?
Maar tot hij aankomt op zijn station blijf je zitten in zalige onwetendheid. Jullie handen zachtjes tegen elkaar. Want je bent verliefd. Want jij bent verliefd. Ik hoor de sirenes langzaam dichterbij komen, maar ik kan niet wegkijken. Dit gaat een tijdje pijn doen, maar is dat het niet waard? Het rouwproces is al lang begonnen.
Als ik dan uiteindelijk in honderd losse stukken explodeer, hoop ik weer in elkaar te vallen als een nieuw persoon. Iemand die je waardeert als een mooie herinnering. Of iemand waar je wel verliefd op kan worden.