Terwijl ik de treincoupé instap, kijk ik een vrouw van middelbare leeftijd aan die nog net een stukje snot uit haar neus zo haar mond in stopt. Ongegeneerd en druk in gesprek met de vrouw op een stoel voor haar. Mijn mondhoeken krullen naar beneden uit walging en ik neem plaats op een stoel en sla mijn boek open om te lezen. Mijn muziek zet ik even op pauze; blijkbaar kan ik nu niet twee dingen tegelijk doen. Ik lees een verhaal over een man die tijdelijk naar Australië reist om zichzelf weer te herpakken. Net uit een relatie en uit huis gezet. Het verhaal ontroert me.
Ik klap het boek dicht en noteer in een app tot waar ik ben gebleven in het verhaal. Zodat wildvreemden op het internet kunnen zien hoe snel ik lees. Het is meer voor als je met een groepje mensen samen een boek leest en erover wilt praten. Zo zie je precies of je al verder bent dan iemand anders en daardoor mogelijk plotpunten kan verklappen tijdens het bespreken. Maar ik heb geen boekenclubje en dus niks om te bespreken met mensen. Dus ik noteer mijn progressie in de leegte. Daardoor voel ik me eenzaam.
Ik kan prima zonder al die apps als dat de oorzaak zou zijn, maar het zal mijn gevoel niet veranderen. Soms voelt het een beetje alsof het leven met ieder levensjaar dat passeert sneller voorbij raast. Dit is niet waar natuurlijk, maar misschien leefde ik voorheen wat meer in het moment dan dat ik nu doe. Dat is soms best lastig met al die verplichtingen. Wakker worden, ontbijten, werken, lunchen, werken, naar huis gaan, avondeten, een beetje ontspannen en slapen. En het dan weer doen tot de eerstvolgende vrije dag. En dan komen de sociale verplichtingen. Een strakke planning van mensen die willen afspreken in ieder open agendavakje. Ik begrijp meteen weer waarom ik niet ‘in het moment leef’. Ik droom de dag door.
Al mijn huidige verhalen zijn als het dagboek van een dertiger met een kleine existentiële crisis. Voorheen gingen mijn verhalen over mannen, uitgaan en maatschappelijke kwesties. Nu gaan mijn verhalen over het voelen van het verstrijken van tijd en toekomstige keuzes. Mijn huis, mijn baan en mijn leven. Mijn god, wat verschrikkelijk saai.
Een jaar ertussenuit gaan voelt als een droom. Maar met mijn huidige baan kan ik niet eens een sabbatical nemen. Als ik een jaar niks wil, zou ik moeten teren op mijn spaarrekening. En die is juist voor iets anders in de toekomst. De grote, mooie toekomst die voor nu nog mistig en donker is. Niet donker als in negatief, maar ik weet gewoon nog niet waar het naartoe zal gaan. En dat maakt het spannend en rete-interessant. De komende twee jaar zal het bepalen. Promotie of een andere baan. Blijven wonen in Rotterdam of verhuizen. Een relatie of geen relatie. Wat de keuzes ook zullen zijn, groeien zal ik. En gelukkig zijn zonder snot als snack te hoeven eten in de trein. Maar wie ben ik om die mevrouw te beoordelen?