Mijn vriendje brengt me slaappillen. Hij heeft een slaapritmestoornis. En ik slaap gewoon heel erg slecht. Hij blijft wakker en ik pieker, en dan pieker ik weer omdat hij wakker blijft. Ik pieker over het leven en waar ik naartoe ga. En dan ga ik malen als een koffiebonenmaler.
Terwijl de slaapkamer zich vult met een aroma van koffie, draait mijn brein knarsend overuren. Een vreemde vorm van extase. Geen verspilling van tijd, maar verspilling van rust. Ik maal en overpeins. Ik ontplooi, ontrafel en ontleed. Over dingen die ik niet in de hand heb en waar ik graag meer controle over zou willen hebben. Vreemde angsten die me de hele nacht ophouden. Want controle geeft me rust, en ik kan zo natuurlijk niet slapen. Alle oplossingen netjes in een doosje met een labeltje, dat is hoe het hoort. Gearchiveerd in die enorme breinbibliotheek van mij. Dat museum dat nooit opent voor bezoekers.
Maar de laatste tijd zijn er geen oplossingen. En is er helemaal geen controle meer te vinden of te grijpen. Situaties schotelen zich voor als nare grapjes waar ik niet om kan lachen. Het leven lacht me uit. Maar je hoeft niet overal controle over te hebben, fluistert iemand mij zachtjes toe. Laat de postduif gaan en vertrouw erop dat hij weer terugkomt. Hij houdt van je, en alleen maar meer als je hem niet laat sterven in een kooitje. Zijn vleugels zijn mooier gespreid, zijn armen open om je veiligheid te bieden. Vertrouw erop dat hij altijd zal wederkeren met een hart vol liefde, voor jou alleen.
Een doosje voor liefde en een doosje voor lust. Ik verdoof mezelf niet en dus voel ik alles. Alles en zoveel meer dan dat. Ik ben een kerstboom vol met labeltjes als versiering. Langzaam pluk jij ze eraf en lees je ze stuk voor stuk voor. Een labeltje voor mijn onzekerheden, een labeltje voor de geluidjes die ik onbewust maak als ik bij je ben. Een labeltje voor iedereen die voor jou kwam en de wonden die jij nu probeert te verbinden. Een labeltje voor het eindeloze geduld dat ik voor je heb. Een labeltje met liefde om jou te helen, omdat mensen je nooit volledig in je waarde hebben gelaten. Een labeltje voor mijn scherpe directheid als je mij kwetst. En als ik mezelf kwets, want ik doe niets liever dan mezelf het meeste kwetsen.
Uiteindelijk blijft er nog maar één labeltje over. Een labeltje voor de koffie, grof gemalen. Wil je ook een kopje? Als we dan toch wakker blijven. Ondertussen open jij een blikje energydrink; de intense geur verbrandt mijn neusharen. Je grijnst en slurpt aan de rand van het blikje, waarna je een smakkend geluid maakt. Je bent tevreden. Ik zucht, omdat ik eigenlijk moet slapen, maar ik haal het wel weer in. Met jouw vleugels om mij heen in ons warme nestje.