Hoe zijn we op dit punt gekomen? Als tectonische platen schuren we hartverscheurend langs elkaar. Flarden van alles wat we samen hebben meegemaakt ketsen zich af tegen spiegels die niet langer onze herinneringen kunnen vasthouden. Alles verbrandt en breekt in stukken en zal eindigen in een narokende ravage. Het is bevrijdend en tegelijkertijd beangstigend. Je zou de laatste zijn geweest voor mij, en kijk waar we nu zijn geëindigd.
Ik ben niet boos of teleurgesteld, ik kan alleen maar huilen om de triestigheid van het rouwproces. Jarenlang heb ik met je gespendeerd en we hebben samen zo ontzettend veel meegemaakt. En nu komt dan toch het onvermijdelijke einde. We waren al jaren schimmen van wat we eerst waren. Eerst verdween de intimiteit. Daarna de “ik hou van je”. Uiteindelijk waren we twee huisgenoten die harmonieus in elkaars aanwezigheid dwaalden. Een vreemde rust in het niet-meer-zijn.
Ik ben bang. Bang voor wat de toekomst gaat brengen. Bang om weer alleen te eindigen. Ik ben bang om te gaan verhuizen en daarna weer te moeten verhuizen als het niet goed gaat. Ik verlang naar vastigheid, vertrouwen en geluk. Ik verlang naar de dingen die ik verdien, alles wat mij weer zal helen als mens. Boven alles verlang ik weer naar een stukje rust in mezelf. Ik wil weer dat mijn dagen gevuld zijn met gelach en geluk. Ik heb er zo lang op moeten wachten. En nu ik het heb, wil ik het nooit meer kwijt.
Ben jij mijn eindstation? Ben jij mijn veilige haven waar ik dit schip eindelijk tot rust zal laten komen? Ben jij mijn warme nestje waar ik eindelijk weer vast zal kunnen slapen? Ben jij degene die me altijd zal laten lachen? Ben jij het dan eindelijk allemaal? De toekomst zal het vertellen. Daar gaan we dan maar weer. Ik laat mezelf naar achteren vallen met mijn ogen dicht. In de hoop dat iemand mij zal vangen. Ik weet niet waar ik de moed vandaan haal om dit avontuur weer aan te gaan. Misschien geeft je liefde me weer een stukje hoop.