Ik weet dat je tijd wilde om het eruit te laten gaan. Om het allemaal een plekje te geven met tijd. Maar die tijd is inmiddels verstreken, en het is tijd om het aan de wereld te laten zien. Het mes dat boven je hoofd hangt, is een illusie. Er zullen altijd mensen zijn die je liever zien falen. En falen zal je zeker weten. Maar winnaars geven nooit op, en dus geef je nog niet op.
Ik zal je lippen zoeken in het nachtlicht. En als ik je heb gevonden, stroomt mijn mond over met verhalen met jou in mijn armen. En als je dan in slaap valt, droom je mijn verhalen verder en verder, en maak je ze tenslotte af. Maak ze compleet. En dan schrijf ik weer verder, opnieuw en weer verder. Want zolang ik leef, blijven de verhalen komen en gaan. Zolang ik proef, ervaar, bekijk en voel. Zolang ik er ben.
Als alle randjes dan zijn beklad met woorden, draai ik het canvas volledig om. En dan begin ik opnieuw in het schaduwrijk. Met een witte pen in plaats van een zwarte. IJverig schrijf ik door totdat jij je hand op mijn schouder legt en de bureaustoel naar je toe draait. ‘Je thee wordt zo koud, kom’, zeg je zachtjes. Je legt je warme hand in mijn koude hand en trekt me uit de stoel, zo de bank op. Je bedekt me met een dekentje terwijl ik verstijfd voor me uitkijk en overhandigt daarna mijn thee.
Je gniffelt en zegt: ‘Volgens mij zit je nog een beetje vast in je eigen wereld.’ Ik staar een beetje en knipper langzaam met mijn ogen. En zo kom ik weer terug naar hier. Ik draai mijn hoofd naar jou en er ontstaat een glimlach op mijn gezicht. Als je eens zou weten wat voor werelden zich verscholen houden achter mijn ogen. Het heelal is oneindig en breidt zich nog steeds uit. Zoals mijn liefde voor jou, voor mij en voor ons. Ik weet dat jij niet gelooft in oneindig. Het contrast tussen ons zorgt voor interessante verschillen. En toch hebben we ook zoveel raakvlakken.
Geef me tijd en ga met me mee op reis. Want eenzaamheid is ook maar zo akelig. Het is beter een goede vriend te hebben waar je altijd op kan leunen. Waarmee je kan praten over nutteloze dingen. Want is het leven niet meer dan een nutteloze aaneenschakeling van gesprekken over pindakaas, schubben en driehoeken? Ik zal je troosten wanneer je verdriet hebt en je toespreken als je koorts hebt. Ik zal lachen om je scheten en je helpen met moeilijke keuzes maken.
Ik zal goede dagen hebben en minder goede dagen. En ook daar zal je mee moeten leven, zoals ik het na al die jaren heb geleerd. Maar iedere dag met jou is een dag die goed is gespendeerd.