Mok

Ik vind wel een manier om dichterbij je te komen. Zelfs mijn handen komen met hun eigen plannen om je lichaam te verkennen. Maar samen tijd voor elkaar kunnen maken is niet waar ik aan twijfel. Het zijn die gevoelens, die constante gevoelens. Ik loop in mijn onderbroek op blote voeten door de woonkamer in het holst van de nacht. Op mijn tenen loop ik van de bank, langs de eettafel naar de open keuken. Niet omdat ik zachtjes moet doen voor iemand, maar omdat ik het onbewust doe. De nacht is een andere wereld en soms gedraag ik me ernaar. Etiquette, protocollen en dergelijke.

Eenmaal bij het aanrecht laat ik bewust mijn hielen weer de koude vloer raken en probeer ik rechtop te staan. De kou maakt het moeilijker en mijn tepels verstijven van schrik. Mijn rug kraakt in ongenoegen terwijl ik mijn wervels weer in lijn probeer te zetten. De herfst is weer begonnen en kale takken tikken als lange vingers tegen de ramen. Als vreemden die naar binnen willen om te bespreken hoe we dit dilemma precies gaan oplossen. De verstrengelende kabels van het leven hebben me eindelijk ingehaald en verstikken me op een manier dat ik er nog net plezier uit haal. En jij bent een welkome ontsnapping. Tijdelijk, zoals alles in het leven, maar je bent er nu.

Ik wil drugs gebruiken, drinken en feesten. Ik wil mijn baan opzeggen, een vliegtuig ergens naartoe pakken en maandenlang verdwijnen. Ik wil mijn ouders vertellen hoeveel ik van ze hou en hopen dat ze nooit ouder worden dan dat ze nu zijn. Ik wil mijn vrienden knuffelen en zeggen dat alles wel weer goedkomt en dat ze niet moeten opgeven in de liefde. Ik wil strijden voor gelijke rechten en vrijheid. En schreeuwen totdat ik geen stem meer heb. Ik wil zingen van geluk op bergen en uiteindelijk verdrinken in de zee. En uiteindelijk wil ik helemaal niets meer. Alles is wat ik wil, maar wat wil jij?

Ik wil alles en niets tegelijk. Ik open mijn keukenkastje en pak een grote mok die ik vul met kokend heet water. Daarna open ik een ander kastje en kies ik een theezakje dat ik laat verdrinken in de mok. De nacht is stil, maar mijn hoofd niet. En ik ben bang dat Tension Tamer-thee hier ook niets aan gaat veranderen. Deze negatieve spiraal in mijn brein laat om de vijf jaar zijn gezicht zien. En iedere keer laat ik de deur op een kiertje staan voor hem. Door de jaren heen heb ik geleerd om alle stukken van mezelf te omarmen, en zo ook deze minder leuke kant. Kom maar binnen.

Vaak ben ik dan al voorbij het punt van relativeringsvermogen. Maar dat geeft niet, want ik voel liever te veel dan te weinig. Ongeduldig flikker ik mijn theezakje in de prullenbak, dan maar slappe thee. Het zal mijn gedachtegang toch niet kalmeren. Alles is een tijdelijke afleiding. En dan drijf ik weer naar jou. Het is midden in de nacht, dus ik kan je geen berichtje sturen. Het kan wel, maar je zal niet meer wakker liggen. Ik besluit je toch maar een berichtje te sturen, want het kan geen kwaad. “Ik kan niet slapen.”

Ik blijf naar het scherm van mijn telefoon staren in de hoop dat je online komt. Maar na een paar seconden stop ik mijn telefoon weer terug tussen de elastieken rand van mijn slip. Het warme scherm geeft een zoen op mijn heup. Zo ben je toch nog een beetje bij me. Ik blaas over de rand van mijn mok en het water lijkt angstig terug te deinzen. Ruikt mijn adem nog steeds naar knoflook? Over een paar uur komt de zon weer op en begint de nieuwe dag, maar ik weet nog niet helemaal of ik klaar ben voor een nieuwe dag. Een dag is uiteindelijk ook gewoon maar een dag. En er komen altijd weer nieuwe.

Morgen is het woensdag. Of eigenlijk is de woensdag al lang begonnen, maar het is nog nacht. De dag staat vol met meetings, moeilijke gesprekken en dingen om op te lossen. Niets wat ik niet aankan, ik ga wel door. Over een paar uur fiets ik met een hoofd in sluimerstand naar werk, maar genoeg koffie zal me door de dag heen sleuren. Als ik er ben, gaat alles toch vanzelf op de automatische piloot. Hetgeen wat me de dag door helpt, ben jij eigenlijk. Mijn huidige twijfelachtige hersenkronkel. Iets nieuws en onontdekt wat mijn zintuigen prikkelt. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt, want alles is tijdelijk. Maar misschien verras je me en blijf je wat langer. Of misschien ga ik uiteindelijk zelf weg, omdat ik blijf wachten op iets wat niet zal komen.

Je verwart me. Of misschien verwar ik meer mezelf met de gedachte dat dit kan vormen tot iets wat me zal brengen wat ik zoek. Wat ik nodig heb. Wat ik verdien. Weet je nog wel wat je zelf verdient? En krijg je dat terug? Je bent er altijd geweest voor anderen en je hebt altijd meer gegeven. De constante factor, de sterke schouder. Misschien is het mijn persoonlijkheid. Misschien ben ik gewoon zo opgevoed. Misschien durf ik het gewoon niet te vragen. Of iemand er even voor mij kan zijn. Maar moet ik hierom vragen? Mijn lelijke kant met triestig gejammer en dikke tranen, terwijl het snot uit mijn neus druipt. Zoiets gebeurt pas zodra je in een relatie zit en die muurtjes langzaam afbrokkelen. Als je voorbij de regenboog bent.

Maar jij wilt geen probleemgevallen. Geen moeilijke dingen met een rugzakje. Je wilt geen gedoe. Het is altijd zo makkelijk hoe sommige mensen hun handen ergens vanaf kunnen trekken zodra iets te diep gaat. ‘Je bent er altijd voor iemand anders geweest. En ik ben bang dat hij er niet voor jou kan zijn’, zegt Ester. Maar wie dan wel, Ester? Ben ik mijn eigen schouder om op te leunen?