Knikken

In de trein ben ik mijn hele vorige werkdag nog aan het overdenken. Waarom gebeurde er dit met deze uitkomst? Had ik dit kunnen voorkomen of anders moeten aanpakken? Is het mijn schuld? Ik wil me gewoon weer beter voelen, is dat te veel gevraagd? Een vrouw tegenover me in de trein doezelt langzaam weg. Haar gezicht straalt rust en zorgeloosheid uit, maar ik weet natuurlijk niet wat haar mogelijke kopzorgen zijn. Toch ben ik een beetje jaloers op deze mevrouw. Ik realiseer me plots dat ik mijn haar niet heb gedaan. Terwijl ik de camera op de voorkant van mijn telefoon open om dit te aanschouwen, valt er spontaan een korrel slaapzand uit mijn oog. Als ik niet zo moe was, had ik mezelf nu aan het lachen gemaakt.

Iedereen lijkt moe te zijn in deze trein, behalve de man naast me. Iedere vijf minuten kijkt hij gespannen op zijn geprinte papiertje. Er staat een route op met het openbaar vervoer van Rotterdam naar Schiphol, met de vertrektijden gemarkeerd in neongeel. Ik heb de hele tijd het gevoel dat de man ieder moment mij om bevestiging kan gaan vragen. Daardoor voel ik me plots ook een beetje vreemd gespannen. Het volgende station is toch echt Schiphol. Maakt u zich geen zorgen, beste man, deze Intercity Direct gaat alleen naar Schiphol als volgende station. Zou hij op zakenreis zijn geweest? Of was het een vrijwillige vakantie naar Nederland? Als Nederlander begrijp ik nooit waarom mensen hier op vakantie zouden willen gaan. Zo mooi is dit land toch niet?

Mijn handen en lippen zijn droog, maar ik zit te krap in mijn stoel om mijn lippenbalsem te pakken. Ik realiseer me dat ik mijn tanden niet heb gepoetst en naar zwarte koffie ruik. Ik heb overduidelijk een aantal dingen links laten liggen toen ik niet lang geleden uit huis vertrok. Zijn dit de verschijnselen van iemand die in de put zit? Geen zorgen, ik heb gedoucht en deodorant en parfum op. Ik stink waarschijnlijk alleen een beetje uit mijn mond. En zo zal 50% van de trein nu ruiken, schat ik. En anders blijf ik me dat gewoon inbeelden, zodat ik mij minder vies voel.

Voor een land dat langzaam wordt volgebouwd, ziet het grootste gedeelte van de treinreis er triest en verlaten uit. Er zit zoveel vuil op de ramen van de trein dat het net lijkt alsof het land is gehuld in een ijzige mist. Het is winter, maar dit beeld is toch echt getekend door de gore ramen. Ergens heeft het wel iets, zo’n niemandsland om een beetje bij weg te doezelen.

We komen aan op Schiphol en de man naast me staat direct op, alsof iemand een scheetkussen op zijn stoel heeft gelegd. Ook de vrouw die heerlijk lag te slapen is plots ontwaakt en haast zich naar de deuren van de trein. Iedereen lijkt dan eenzelfde soort haastige paniek te delen. Alsof de trein stiekem bij iemand de deuren te vroeg dicht gaat doen. Iedereen heeft een bestemming om te bereiken, net zoals ik. Ik droom met mijn ogen open, strak van de zwarte koffie, van een warm bed met heel veel kussens. Twee meisjes knikken tegelijkertijd met hun hoofd in goedkeuring terwijl ze wegdoezelen. Ik bereik mijn bestemming later. De trein komt weer op gang en bouwt snelheid op.